Naar de hoofdinhoud
pin.infoNL

Voor ondernemers

Interchange en schemefees: waar je geld werkelijk heen gaat

Van elke euro die je aan pinkosten betaalt, gaat maar een deel naar je eigen aanbieder. Wie de rest krijgt, en waarom dat uitmaakt.

Laatst gecontroleerd in Q3 2026 door de redactie van Pininfo

Je betaalt één tarief aan één partij, maar dat bedrag wordt in drieën gedeeld. Snap je die verdeling, dan begrijp je meteen waarom sommige tarieven niet lager kúnnen en andere wel.

De drie delen

DeelGaat naarOnderhandelbaar?
InterchangeDe bank die de pas heeft uitgegevenNee, dit is wettelijk vastgelegd
SchemefeeMastercard of VisaNee, dat is een vast tarief van het netwerk
Marge van je aanbiederJe acquirer of pinleverancierJa, dit is het enige deel waarover je kunt praten

Wat de wet heeft vastgelegd

De Interchange Fee Regulation begrenst de interchange in Europa: maximaal 0,2 procent bij een debetkaart en 0,3 procent bij een creditcard van een consument. Zakelijke kaarten en kaarten van buiten Europa vallen daarbuiten, en zijn daarom altijd duurder.

Daarom is een zakelijke kaart duurder

Rekent je klant af met een zakelijke creditcard of een kaart van buiten Europa, dan geldt het plafond niet en kan de interchange een veelvoud zijn. Bij een blended tarief merk je dat niet; bij interchange++ zie je het meteen terug op je factuur.

Waarom dit je keuze bepaalt

Bij een blended tarief betaal je één percentage over alles. De aanbieder verrekent daarin het risico dat je veel dure kaarten aanneemt. Voorspelbaar, en gemiddeld iets duurder.

Bij interchange++ betaal je de werkelijke interchange plus de werkelijke schemefee plus een vaste marge. Minder voorspelbaar per maand, en bijna altijd goedkoper zodra je volume hebt en je klanten vooral met Nederlandse debetkaarten betalen.